Balavignus

Doordat besmette ratten (en hun vlooien) via schepen van kooplui waren meegereisd naar de havens Venetië en Genua kon in 1347 de builenpest genadeloos toeslaan in Eruopa. 

Naar men aanneemt stierf in amper 3 a 4 jaar tijd maar liefst 25 tot 50% van de Europese bevolking aan deze verschrikkelijke ziekte, die ook wel ‘zwarte dood’ wordt genoemd. De reden daarvan is dat er onderhuidse bloedingen ontstaan die als zwarte plekken te zien zijn.De middeleeuwse doktoren waren niet bij machte ook maar iets te doen tegen deze verschrikkelijke pestepidemie. Hun kennis in de bestrijding van ziekten reikte namelijk niet veel verder dan:

  •  het voorschrijven van laxeermiddeltjes
  •  het lozen van kwaad bloed door middel van aderlatingen
  •  het plaatsen van bloedzuigers op de huid om daarmee fout bloed te zuiveren.

De Joodse arts Balavignus die in het jaar 1348 in het Joodse getto van Straatsburg zijn artsenpraktijk had, had naast zijn medische kennis een behoorlijk kennis van de bijbel. Zo kende hij de voorschriften die het volk van Israël van God had gekregen, nadat dat volk onder leiding van Mozes uit het land Egypte was vertrokken. Onder die wetten en regels bevond zich ook een groot aantal regels die betrekking hebben op de hygiëne.

Nu had men in de tijd van Mozes amper benul van hygiëne, bacteriën en meer van dat soort zaken. Veel van de Israëlieten zullen het dan ook maar wat vreemd hebben gevonden dat ze hun behoeften niet meer in het kamp maar buiten het kamp moesten doen en dat ze daarna hun uitwerpselen moesten begraven (dat voorschrift staat in Deuteronomium 12:12,13). Omdat hun God het bevolen, gehoorzaamden ze aan dat merkwaardige voorschrift. En zo waren er veel meer voorschriften. Varkens werden door God aangemerkt als onreine dieren en daarom mochten ze niet meer gegeten worden, en zo was er nog een groot aantal dieren dat niet meer op de menukaart verscheen (in Leviticus 11 kom je een opsomming van onreine dieren tegen).

Balavignus, die net als zijn collega-artsen niet wist van het bestaan van bacteriën, concludeerde aan de hand van de ‘reinigingswetten’, zoals die bijbel voorkomen, dat er mogelijk een verband kon bestaan tussen het vele afval in Straatsburg en het voortwoekeren van de pest.
Nu moet je weten dat het in de middeleeuwen heel gewoon was dat mensen hun afval gewoon op straat gooiden. Daardoor krioelde het in de straten (maar ook in de huizen) vaak van de ratten. Toiletten bestonden er niet. Je behoefte doen,  deed je op straat of je liet het in de gracht achter, waaruit vervolgens weer water werd gehaald om in te koken….. Mensen waren zich er absoluut niet van bewust dat zoiets een slechte invloed kon hebben op hun gezondheid.
Het is dan ook bijzonder te noemen dat Balavignus het verband legde tussen de ziekte en de rotzooi op straat en dat hij vervolgens de andere Joden in Straatsburg opdracht  gaf om het getto schoon te maken en al het afval te verbranden (ook dat is gebaseerd op een voorschrift uit de bijbel. Van mensen die een besmettelijke ziekte hadden, moesten kleding en dekens enz worden verbrand).
Het resultaat van Balavignus ‘opruimactie’ mocht er zijn. De grootste verspreiders van de pest, namelijk de ratten en hun vlooien, verlieten ‘en masse’ de Joodse wijk. Met hun vertrek daalde het aantal slachtoffers in de wijk enorm. Terwijl in de omliggende wijken van Straatsburg grote aantallen mensen bezweken aan de ‘zwarte dood’ bleef het aantal slachtoffers in de Joodse wijk ten opzichte van de rest van de stad beperkt tot een bescheiden 5 procent.
Je zou denken dat de niet Joodse Straatsburgers, nadat ze de resultaten hadden gezien en gehoord, Balavignus zeer dankbaar zouden zijn en ook direct een grote schoonmaak in hun wijken zouden beginnen. Maar het tegenovergestelde gebeurde. In plaats van hem te danken, werd Balavignus aangemerkt als één van de belangrijkste verdachten van de verspreiding van de pest in Europa. Om een bekentenis van hem los te krijgen, kreeg de beul opdracht hem op middeleeuwse wijze te martelen. Oftewel, Balavignus werd op zo’n afgrijselijke wijze gemarteld dat hij waanzinnig werd van de pijn en uiteindelijk ‘schuld bekende’. Zij ‘bekentenis’ kwam er op neer dat hij had meegewerkt aan het vergiftigen van de waterputten van de christenen in Europa. Het vergif dat hij had gebruikt, was afkomstig van Joden uit Frankrijk. Zij hadden het gemaakt van een mengsel van mensenvlees, spinnen, kikkers, heilige hosties, hagedissen en harten van christenen.
De ‘bekentenis’ van Balavignus had verschrikkelijke gevolgen voor hem en zijn volksgenoten. Tienduizenden Joden werden in de jaren 1348 en 1349 afgeslacht of levend verbrand, door de woedende Europese bevolking. Niet alleen in Straatsburg maar ook in steden als Keulen en Basel werd de gehele Joodse bevolking uitgeroeid. De verschrikkelijke pogroms hadden tot gevolg dat meer dan een derde deel van de circa 150 Joodse gemeenschappen in Europa verdwenen.

Comments are closed.

%d bloggers op de volgende wijze: